Ik woon vlakbij Midden-Delfland en daar wordt heel veel aan weidevogelbeheer gedaan, maar ook hier lukt het niet om de aantallen duurzaam hoog genoeg te krijgen. Ik hoop dat met meer onderzoek we beter weten hoe we dit kunnen ombuigen. Willemijn Nagel

Projecten Bekijk alle projecten

Normal 9044ee213875442d392973ae4c3d8f55141ddeaa iGEM QRoningen: kweek je eigen QR code! In de afgelopen jaren is het internet gebruik over de hele wereld exponentieel toegenomen. De neiging om zoveel mogelijk informatie te delen in een zo kort mogelijke tijd, resulteert in een onveilige digitale omgeving. Zelfs het Centraal Bureau voor de Statistiek waarschuwt dat er een jaarlijkse toename van 8% is in gemelde incidenten omtrent het onveilig delen van gevoelige informatie onder de Nederlandse bevolking. Het gevoel van privacy en veiligheid neemt dan ook af. Neem nu QR codes. De wit met zwarte vierkantjes die in een op het blote oog onlogische, maar mathematische compositie zijn samengesteld, zorgen voor een versnelde en makkelijke manier van communicatie. Door middel van het eenvoudig delen van apps of websites via de QR code, weet je in no time wat er in de bonus is in de Albert Heijn, en hoef je niet uren in de rij te staan voor een voetbal wedstrijd. Handig, maar niet per sé veilig. De encryptie van gevoelige informatie in QR codes door middel van algoritmes zorgt enigszins voor een fatsoenlijke bescherming van persoonlijke gegevens en berichten. Echter, de decryptie van de informatie is net zo eenvoudig als de encryptie zelf. Wat nou als het delen van informatie wordt verlangzaamd in plaats van versneld? Stel dat de informatie in een fysieke status wordt vertaald, doordat iets eerst moet groeien voordat je de boodschap kan ontcijferen? Door de dubbele laag van protectie, zou een QR code een stuk moeilijker zijn om te ontrafelen. Wij, van QRoningen, willen het privacy probleem aanpakken door middel van het encrypteren van informatie met behulp van bacteriën. Deze bacteriën zijn zo gemanipuleerd dat zij alleen kunnen groeien als er bepaalde stimuli aanwezig zijn in de vorm van licht, voedingsstoffen of chemicaliën. Doordat er een specifiek groei-patroon ontstaat, wat gelijkend is op die van een QR code, kan informatie worden opgeslagen en later weer vertaald worden naar een bericht/website/app. Dit kan alleen als de ontvanger van het bericht alle juiste groeicondities toepast. Omdat dit een relatief langzaam proces is, doordat er iets fysieks moet groeien voordat je de code kan zien, wordt ook de kans op decryptie van gevoelige informatie verkleind. Bovendien is de door middel van bacteriën “verstopte” informatie dubbel beveiligd, door zowel de stimuli die alleen maar op bepaalde plekken bacteriën laten groeien als de digitale encryptie zelf. Met deze manier van werken willen we ook de normale mens bekend maken met genetische modificatie en synthetische biologie iGEM De international Genetically Engineering Machine (iGEM) competitie wordt jaarlijks gehouden in Boston, USA, en biedt studenten van over de hele wereld de kans om met behulp van synthetische biologie oplossingen te zoeken voor wereldproblemen. Studenten bedenken, ontwerpen en bouwen een eigen levende machine wat een interessante eigenschap heeft en bijdraagt aan medische, duurzame, maatschappelijke, of industriële aspecten.  Ook dit jaar doet de Rijksuniversiteit Groningen mee aan deze competitie met een multidisciplinair team van 11 personen, allen verbonden aan de Wiskunde en Natuur Wetenschappen faculteit. Wij zullen dan ook hard gaan strijden in Boston om de hele wereld te laten zien wat onze universiteit in huis heeft! Jij kunt het team van dit jaar steunen! Voor meer informatie kun je onze wiki bezoeken: https://2019.igem.org/Team:Groningen   € 815 Opgehaald € 3.000 Streefbedrag 27% Bereikt
Normal 25a0fd96c18599f5e7a131db04a08cd3e34b17d6 Minder afval door stimuleren van herfabricage     Onderzoeker Stuart Zhu wil dat afval niet wordt weggegooid, maar gebruikt wordt als basis voor nieuwe producten.   2 miljard ton afval per jaar Ieder jaar gooien we wereldwijd zo'n 2 miljard ton aan afval weg. Dat is een enorme vernietiging van grondstoffen en een aanslag op het milieu. Een kringloopeconomie, waarin grondstoffen en producten zoveel mogelijk worden hergebruikt, kan daar verandering in brengen. Herfabricage is een van de pijlers van zo’n circulaire economie. Bij herfabricage worden gebruikte producten uit elkaar gehaald en vormen de (eventueel gerepareerde) onderdelen de basis voor nieuwe producten. Voorbeelden zijn hervulbare cartidges of de volledig uit vervangbare modules bestaande fairphone. Helaas komt herfabricage bij veel bedrijven maar moeizaam op gang. Oorzaken liggen zowel bij de producenten als bij de consumenten. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer bedrijven gebruik gaan maken van herfabricage en dat consumenten hun afgedankte producten terugbrengen naar de fabrikant? Die vragen hoopt de Groninger onderzoeker Stuart Zhu te beantwoorden. Daarvoor zoekt hij steun bij alumni. Meer kennis nodig ‘Het is een complex probleem’, schets Stuart. ‘Je hebt de zogeheten “last mile”, dat is de manier waarop een product uiteindelijk bij de consument komt. Daar is veel onderzoek naar gedaan. In feite is die “last mile” de “first mile” van het terugvoerkanaal. Maar daar is maar weinig over bekend. Er zijn meerdere mogelijkheden: terugbrengen naar de winkel, opsturen naar de producent, of ophalen vanaf huis. Wat is efficiënter? En wat willen consumenten liever? In China blijkt dat laatste populair. In Europa juist niet. Maar waarom, dat weten we niet.’ Ook financieel en juridisch zijn er allerlei haken en ogen aan herfabricage. Stuart: ‘ Vooral de grotere, gevestigde bedrijven zijn bang dat ze omzet en marktaandeel verliezen. Als ze hun producten zo maken dat je onderdelen kunt vervangen, dan kunnen concurrenten die onderdelen ook makkelijker namaken. Bovendien kannibaliseren ze hun eigen markt als ze zowel nieuwe als hergebruikte producten aanbieden. Bedrijven beseffen dat ze beter toegerust moeten zijn om juiste beslissingen over herfabricage te nemen en dat ze de steun van wetgeving nodig hebben.’ Dit wil Zhu doen Daarom wil Zhu onderzoek doen bij een aantal bedrijven in Europa en China. Hij wil de verschillende processen bekijken, van ontwerp en productie van een product tot aan de consument, en weer terug. Zo hoopt hij optimale strategieën te kunnen formuleren, met aandacht voor verschillen per markt en regio, voor zowel bedrijven als overheden. Stuart: ‘Bedrijven zullen wel moeten overstappen naar meer hergebruik. Zowel in Europa als in China dwingt de overheid hen. Bovendien is het op de lange termijn de beste strategie. Met de juiste instrumenten kunnen producenten en overheden de juiste keuzes maken. Ik hoop hen een van die instrumenten te kunnen geven.’ Helpt u ook mee?  € 2.675 Opgehaald € 20.000 Streefbedrag 13% Bereikt
Normal ffd27cc47d3f8d45b796049df22c63cea4532439 De griep begrijpen Doel: betere vaccins ontwikkelen tegen de griep, zodat het aantal sterfgevallen door de griep daalt.   Onderzoekster Federica Sicca Jaarlijks sterven er duizenden mensen door de griep Ieder jaar krijgt zo’n 5 tot 10% van de bevolking influenza, de ‘echte’ griep. Anders dan de meeste ‘gewone’ verkoudheden is het een ernstige infectieziekte, die zeer besmettelijk is. In Nederland sterven er zelfs jaarlijks gemiddeld zo’n 1.500 , wereldwijd tussen de 290.00 en 650.000, afhankelijk van de ernst van de griepgolf. De griepprik helpt infectie te voorkomen, maar de huidige vaccins hebben maar een effectiviteit van 50 tot 60 %. Onderzoekster Federica Sicca hoopt hier verbetering in te brengen met haar onderzoek naar de ontwikkeling van immuniteit bij verschillende leeftijdsgroepen. Er zijn vaccins op maat nodig ‘Ieder persoon bouwt zijn of haar eigen griepgeschiedenis op’, legt Federica uit. ‘Die geschiedenis beïnvloedt de werking van een vaccin. De meeste mensen zijn rond hun zesde tenminste één keer blootgesteld aan griep en hebben als gevolg daarvan specifieke antilichamen opgebouwd die horen bij een bepaalde virusstam. Bij iedere volgende griepbesmetting spelen die, en nieuwe antilichamen een rol in hoe het immuunsysteem reageert. Het is een heel complex mechanisme dat we nog niet goed begrijpen, ook omdat griepvirussen constant muteren. Soms, bijvoorbeeld, vergist je immuunsysteem zich, herkent het niet dat een virusstam nieuw is en geen variant op een oude stam en maakt het ‘oude’ antilichamen aan. Dan werkt het systeem dus eigenlijk averechts.’ Bovendien verschilt de reactie per leeftijdsfase. Bij kinderen is het systeem nog nauwelijks ontwikkeld en daarom heel ontvankelijk, bij bejaarden is het vaak versleten en reageert het misschien veel minder op nieuwe virusvarianten. Federica: ‘Als dat zo is, moet je daar in de samenstelling van de griepprik rekening mee houden.’ Wat wil Federica gaan doen Federica wil onderzoek doen naar individuen uit drie verschillende leeftijdsgroepen over een langere periode. Daarvoor wil ze gebruikmaken van LifeLines, de unieke biobank met gezondheidsgegevens en samples van ruim 167.000 mensen in Noord Nederland. ‘Je hebt niet alleen de beschikking over bloedmonsters van dezelfde individuen over een langere periode, maar ook heel veel extra informatie op basis van de vragenlijsten die deelnemers invullen. Daarin geven ze bijvoorbeeld aan of ze griep hebben gehad in een bepaalde periode en of ze gevaccineerd zijn. Het gebruik en de analyse van de data uit LifeLines kost zo’n € 36.000. Een deel daarvan kan Federica uit het budget van de onderzoeksgroep betalen. Maar helaas niet alles. Daarom zoekt ze steun via het Ubbo Emmius Fonds van de Rijksuniversiteit Groningen / de Groninger Universiteits Fondsen. Federica: ‘We verwachten hiermee inzicht te krijgen in de hoeveelheden antilichamen bij kinderen, volwassenen en ouderen, hoe die hoeveelheden door de jaren heen veranderen bij een individu, of antilichamen reageren tegen één of meerdere virusstammen, en in hoe verre de eerste stam waarmee iemand in aanraking komt bepalend is voor latere immuunreacties. Dergelijke kennis is wezenlijk voor de verdere optimalisatie van griepvaccinatie.’   Met jouw hulp kan Federica onderzoeken hoe griepvaccins verbeterd kunnen worden. Elk bedrag helpt! € 15 Opgehaald € 36.000 Streefbedrag 0% Bereikt
Normal 491686d76be81f21d50bcd10009b4e9ad4f6046b Kwelders: cruciaal voor kustbescherming en trekvogels De kwelders van de Waddenzee behoren tot de laatste ongerepte ecosystemen in Noordwest Europa. Ze zijn niet alleen onmisbare voedselgrond voor miljoenen vogels maar hebben ook een belangrijke rol in de kustbescherming. Microbiële ecoloog Joana Falcão Salles wil, met haar onderzoeksgroep en met anderen ecologen van UG (Chris Smit en Matty Berg), uitzoeken hoe dit kwetsbare gebied beter beschermd kan worden tegen de klimaatveranderingen. Liggend op de grens van land en zee, zijn de kwelders extra gevoelig voor een hogere zeespiegel en langere periodes van droogte. Joana onderzoekt de wisselwerking tussen drie ‘hoofdrolspelers’ in het gebied: het plantje Zeekweek, de strandvlo-achtige Kwelderspringer en de microben in de bodem, de planten en de kreeft. ‘Afzonderlijk zijn die wel bestudeerd, maar we komen er meer en meer achter dat juist de interactie tussen hen belangrijk is.’   Prof.dr. Joana Falcao Salles: "geef voor meer inzicht in de gevolgen van de klimaatveranderingen op het Waddengebied"   HerstelOp dit moment is er een soort optimaal evenwicht in het Waddengebied. De plant wil het niet te nat hebben, het kreeftje juist niet te droog. En dankzij het plantje blijft de aangroei en afslag van de kwelders in balans en het ecosysteem intact. Maar wat als het natter of droger wordt? Joana: ‘De plantjes en kreeftjes zullen zich aan moeten passen aan de nieuwe omstandigheden. Onze hypothese is dat de microben daarbij een grote rol spelen. Sinds een aantal jaren weten we namelijk dat die de evolutie en adaptie van hun gastheer kunnen bepalen. Zo blijkt bij bepaalde vogelsoorten het immuunsysteem binnen één generatie te kunnen wijzigen. Dat kan omdat niet de gastheer maar de microben zich genetisch aanpassen.’ Om de invloed van de klimaatveranderingen te onderzoeken wil Joana in het laboratorium een aantal testsituaties bouwen. ‘Daarin kijken we hoe de plantjes in verschillende combinaties, dus met en zonder kreeftjes of microben, reageren op wisselende omstandigheden, zoals langdurige droogte of overstromingen.’ Vervolgens wordt onderzocht wat er is veranderd in het DNA van de verschillende organismen. Joana: ‘Met die kennis kunnen bijvoorbeeld herstelstrategieën ontwikkeld worden voor aangetaste kwelders. Waarvoor steun? Doordat het om enorm veel organismen gaat, moeten er echter ook enorm veel DNA-samples onderzocht worden. Dat kost uiteraard geld. We hopen dat we met steun van alumni en al die anderen die zich betrokken voelen bij het Waddengebied de benodigde 24.000 euro bij elkaar kunnen brengen. Wilt u ons daarbij helpen? Elke donatie is welkom! Joana Falcao Salles Faculty of Science and EngineeringGELIFES — Groningen Institute for Evolutionary Life Sciences           € 50 Opgehaald € 25.000 Streefbedrag 0% Bereikt
Normal 8fff9e7016b5be5b3f11c13d498b906976ef5694 Ongelijkheid in het onderwijs: dicht de kloof Goed onderwijs is van cruciaal belang in de huidige, snel veranderende wereldeconomie. Maar, niet voor iedereen en niet overal ter wereld is goed onderwijs gelijkwaardig beschikbaar. Dat leidt tot grote verschillen in inkomen en welvaart, en tot sociale uitsluiting. Om beter inzicht te krijgen in hoe die verschillen ontstaan en mogelijke oplossingen te vinden, willen dr. Mariko Klasing en dr. Petros Milionis een database aanleggen met wereldwijde informatie over ongelijkheid in onderwijs. Daarvoor zoeken ze uw steun.   Jaarlijks investeren overheden wereldwijd zo’n 5% van het BBP in onderwijs en opleidingen. Niet iedereen profiteert hier echter gelijk van. Vrouwen en minderheden ontvangen doorgaans minder onderwijs. Hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt om te concurreren voor goede banen zijn daardoor beperkt. En in economisch ontwikkelde regio’s is het onderwijs vaak hoger en beter ontwikkeld dan in kleinere steden en op het platteland. Bovendien trekken hooggeschoolde werknemers vaak naar meer ontwikkelde grootstedelijke gebieden, met als gevolg dat de andere regio’s achterblijven met minder goed opgeleide arbeidskrachten. Om succesvolle strategieën te ontwikkelen voor een betere toegankelijkheid van onderwijs, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de onderwijsinvesteringen per regio en per bevolkingsgroep. De data hierover van internationale organisaties als de VN zijn meestal op landelijk niveau, waardoor het niet eenvoudig is om de onderwijsverschillen gedetailleerder in kaart te brengen en te vergelijken. Mariko Klasing: ‘Om te begrijpen hoe ongelijkheid in het onderwijs ontstaat en hoe deze het best kan worden bestreden, moeten we eerst de feiten kennen. Dit vereist gegevens die op dit moment niet beschikbaar zijn.’     Het doel van dit project is om een ​​uitgebreide database samen te stellen over onderwijsstatistieken voor verschillende bevolkingsgroepen, in zoveel mogelijk regio's en landen van de wereld. De gegevens zouden ook enkele decennia terug moeten gaan om de veranderingen die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan te volgen. Om deze database samen te stellen, hebben Mariko en Petros hulp nodig van onderzoeksassistenten die gegevens over het onderwijs verzamelen uit tellingen uitgevoerd in verschillende landen en deze zo ordenen dat goed vergelijkbaar en bruikbaar zijn. Naar verwachting kost dit € 40.000.   Petros Milionis: 'Zodra het project is afgerond, zullen we de database via de website van de Rijksuniversiteit Groningen openbaar toegankelijk maken voor iedereen die de gegevens voor verder onderzoek of beleidsdoeleinden wil gebruiken.’ Met uw hulp kunnen Mariko en Petros dit project realiseren, kennis en bewustwording creëren over dit onderzoek en inzicht bieden in hoe gelijke toegang tot onderwijs bevorderd kan worden. Help hen hun doel te bereiken en doneer! Elk bedrag is welkom. € 50 Opgehaald € 40.500 Streefbedrag 0% Bereikt